Slaapmiddelen: sneller in slaap, maar minder schoon brein?
Slaapmedicatie is voor veel mensen een verleidelijke oplossing. Je hoofd is moe, maar je lichaam wil niet mee. Een tabletje en je glijdt eindelijk weg. Alleen: slapen is meer dan ‘uit’ gaan. In de nacht gebeurt er onderhoud. Aan geheugen, stemming, herstel én (mogelijk) een heel praktische schoonmaakbeurt van het brein. En daar gaat het mis als we kijken naar onderzoek waarin muizen een veelgebruikt slaapmiddel kregen. Hun hersenen leken tijdens die kunstmatige slaap minder goed afvalstoffen af te voeren.
De nachtelijke schoonmaak: het glymfatisch systeem als afwasmachine
We wisten al dat slaap herstellend is. Maar waarom precies? Eén belangrijk spoor ligt in het zogenoemde glymfatisch systeem. Dat is een netwerk van kanaaltjes waardoor helder hersenvocht (liquor) rond hersenweefsel kan stromen en daarbij afval- en gifstoffen wegspoelt. In de metafoor van neurowetenschapper Maiken Nedergaard is het alsof er ’s nachts een vaatwasser in je hoofd aanspringt.
Lang was het vooral een mooie vergelijking, met één grote vraag: wat duwt die vloeistof eigenlijk door dat netwerk? In het beschreven onderzoek brachten Nedergaard en collega’s meer detail in dat pompmechanisme. Ze volgden bij muizen de dynamiek van bloedstroom en hersenvocht tijdens slaap, door optische vezels in de hersenen te plaatsen en chemische stofjes te laten oplichten. Zo konden ze letterlijk zien hoe de stromen zich gedroegen tijdens verschillende slaapfasen.
Noradrenaline als pomp: knijpen, uitzetten, spoelen
De kernvondst: noradrenaline (ook wel norepinefrine) blijkt een sleutelrol te spelen. Wanneer noradrenaline toeneemt, vernauwen bloedvaten in de hersenen. Het bloedvolume in het brein daalt dan, waardoor er ruimte ontstaat voor hersenvocht om naar binnen te stromen. Daalt noradrenaline, dan zetten vaten weer uit en wordt hersenvocht als het ware naar buiten geduwd. Dat ritmische knijpen en ontspannen werkt als een pomp voor de glymfatische doorstroming. Belangrijk detail is dat dit noradrenalinepatroon samenhangt met de non-REM-slaap. De REM-slaap is de fase die ook sterk gelinkt is aan geheugenconsolidatie, leren en andere cognitieve functies. Met andere woorden: het gaat niet om slapen of niet slapen, maar om welke slaapfase en welke neurochemie daarbij hoort.
Wat deed zolpidem (Stilnoct) in muizen?
Daarna komt de praktische vraag: wat gebeurt er als je slaap opwekt met een middel dat ingrijpt op diezelfde neurochemie? De onderzoekers gaven zes muizen zolpidem (bekend onder de merknaam Stilnoct). Deze muizen vielen sneller in slaap dan de placebogroep. Het middel deed dus wat het in de praktijk vaak belooft. Maar de stroomsnelheid van hersenvocht in hun hersenen daalde gemiddeld met ongeveer 30%. Conclusie van de onderzoekers is dat de hersenen minder goed werden ‘schoongemaakt’.
Kanttekening is dat het hier gaat om onderzoek bij muizen. Het is dus nog te vroeg om één-op-één te zeggen dat dit bij mensen precies hetzelfde gebeurt. Tegelijkertijd wijst hersenwetenschapper Laura Lewis (MIT) erop dat mensen wel degelijk het hersencircuit hebben dat hier is bestudeerd. Waardoor een deel van de mechanismen waarschijnlijk overeenkomstig kan zijn.
Bijna alle slaappillen werken hetzelfde… klopt dat?
Het idee is dat bijna alle slaappillen op vergelijkbare wijze werken, onder andere door het remmen van noradrenaline, en daarmee mogelijk het schoonmaakproces verstoren. Dat is een hypothese die logisch past bij de beschreven pompwerking. Maar slaapmiddelen verschillen in farmacologie (benzodiazepinen, Z-drugs zoals zolpidem, antihistaminica, sommige antidepressiva, offlabel antipsychotica). De gedeelde vraag blijft: verandert dit middel vooral de slaapdruk en inslaaptijd, of ook de slaaparchitectuur en de neurochemische onderhoudsmodus? In de communicatie naar patiënten/cliënten betekent dit in ieder geval goed uitleggen wat het verschil is tussen ‘knock-out slaap’ en ‘herstellende slaap’.
Waarom dit relevant is in Nederland: gebruik is hoog bij zorgzoekende slapers
Als het alleen om een handvol uitzonderingen ging, zouden we dit kunnen parkeren als interessante neurobiologie. Maar in Nederland is slaapmedicatie in de zorg wijdverbreid.
-
In een groot onderzoek in huisartsenpraktijken (21 praktijken; 1.089 nieuwe patiënten met slaapklachten) kreeg 77% binnen twee jaar minstens één recept voor slaapmedicatie; 65% al bij het eerste consult.
-
Een oudere ziekenhuisstudie vond dat op een willekeurige dag 47% van opgenomen patiënten een voorschrift voor slaapmedicatie had; 34% kreeg die nacht daadwerkelijk slaapmedicatie.
-
Landelijke trenddata uit apotheekbestanden laten een lichte daling zien in het aantal nieuwe hypnotica-uitgiften van 2019 naar 2020, met name tijdens de eerste COVID-lockdown (daling vooral bij kinderen, jongeren en volwassenen; ouderen bleven stabiel).
-
Tegelijkertijd is er een opvallende stijging in offlabel gebruik van quetiapine* (Seroquel) in de eerstelijn: 13-voudig omhoog tussen 2003 en 2022; bij nieuwe gebruikers was het merendeel offlabel en bij bijna de helft was een slaapprobleem de hoofdreden.
-
Bij verpleeghuisbewoners met dementie daalde het totale psychofarmacagebruik over de jaren, maar hypnotica lieten geen duidelijke daling zien.
Kortom: ook als landelijk de hoeveelheid gebruikte slaapmedicatie in de algemene bevolking lastig exact te benoemen is, weten we wél dat zodra mensen met slaapklachten de zorg in rollen, medicatie vaak dichtbij is. En soms als eerste stap…
Wat kun jij als leefstijlprofessional betekenen?
Wat kun je hiermee, zonder meteen in het kamp ‘slaappillen zijn slecht’ te schieten?
-
Normaliseer de behoefte, maar onderzoek de prijs.
Slaapmedicatie kan acuut helpend zijn, bijvoorbeeld in crisissituaties of bij tijdelijk ontregelde nachten. Maar bespreek meteen als zorgprofessional ook dat sneller inslapen niet automatisch betekent dat de slaap net zo herstellend is.
-
Let op slaapkwaliteit en slaaparchitectuur, niet alleen uren.
Veel mensen rapporteren: “Ik sliep acht uur, maar ben nog steeds kapot.” Dit artikel geeft een biologisch plausibel kader om dat gesprek te verdiepen (zonder te claimen dat het bij mensen al bewezen is).
-
Wees extra alert bij kwetsbare groepen.
Ouderen, mensen met cognitieve klachten, en verpleeghuisbewoners: juist daar wil je dat slaap herstel en ‘opschoning’ maximaal ondersteunt, terwijl het gebruik hardnekkig hoog kan blijven.
-
Zet leefstijlinterventies als serieuze eerste lijn neer.
Denk aan slaapdruk (daglicht, bewegen), ritme, cafeïne/alcohol-timing, pieker-management, temperatuur/omgeving en CGT-I-principes. Niet als “tips”, maar als behandelbare determinanten. Heb je zelf te weinig tijd als zorgprofessional? Verwijs door naar de slaapcoach/leefstijlcoach.
-
Werk samen met voorschrijvers, vooral bij afbouw.
Stoppen of minderen met slaapmedicatie kan ontwennings- en rebound-effecten geven. Bouw dus af als leefstijlprofessional altijd in samenspraak met arts/apotheker gebeuren; jouw rol is ondersteunend in ritme, gedrag en verwachtingenmanagement.
-
Leer coachen op slaap
De slaapcentra hebben lange wachtlijsten. En dat is jammer want de huisarts of leefstijlcoach kan met eenvoudige interventies meteen aan de slag. Dit voorkomt niet alleen erger voor gezondheid (zoals depressieve klachten) maar het voorkomt afhankelijkheid van slaapmedicatie. Daarnaast is het snel starten van een leefstijlinterventie effectief. Hoe sneller het brein weer in de herstelstand komt, des te eerder is er effect. Meer weten? Lees de informatie over de training slaapcoach.
* Quetiapine is een antipsychoticum dat vooral wordt gebruikt bij schizofrenie en bipolaire stoornis, en soms bij depressie. Het behoort tot de groep van de “atypische antipsychotica” of tweede-generatie antipsychotica