• Meest ervaren leefstijlopleider van NL
  • Wetenschap is de basis
  • Accreditatie en certificering

Waarom artsen zo weinig weten over vrouwen en hormonen

Gynaecoloog, leefstijlarts en docent van de nascholing Vrouwen en Hormonen, Liselotte Robbe over een gat in de opleiding, en psychiater Merel Boas over de vraag of bijscholing genoeg is

Op 4 september 2026 startte in Ede een nieuwe groep van de nascholing Vrouwen en Hormonen voor artsen. Een dag eerder stond in de Volkskrant een opiniestuk van psychiater Merel Boas, die de vorige groep volgde. Haar stelling: ‘Het is tijd voor een medisch specialist vrouwengeneeskunde.’ Beide stemmen hebben het vertrekpunt met de vraag die veel (huis)artsen herkennen: waarom weet ik hier eigenlijk zo weinig van?

Het zit gewoon niet in de opleiding

Liselotte Robbe is gynaecoloog en leefstijlarts bij Karmenta en docent van de nascholing. Wie haar vraagt waarom huisartsen zo’n gat in hun kennis over hormonen en vrouwen hebben, krijgt een kort antwoord.

“Eigenlijk komt het erop neer dat het gewoon niet in de opleiding zit. Er is heel weinig aandacht überhaupt voor vrouwengezondheid. Er zijn weinig onderzoeken gedaan bij vrouwen. We lopen enorm achter, en dat is niet alleen in Nederland, dat is overal ter wereld.”

Dat achterlopen heeft een aanwijsbare oorsprong. In 1977 adviseerde de Amerikaanse FDA, na het thalidomide-drama, om vrouwen in de vruchtbare leeftijd uit te sluiten van vroege fases van geneesmiddelenonderzoek. Die richtlijn werd breed uitgelegd en sloot in de praktijk bijna alle premenopauzale vrouwen uit, ook wie anticonceptie gebruikte. Pas in 1993 verplichtte het Amerikaanse Congres met de NIH Revitalization Act de opname van vrouwen in door de overheid gefinancierd onderzoek, en trok de FDA haar richtlijn in. Zestien jaar onderzoek waarin het vrouwenlichaam vooral als ingewikkeld gold. En de achterstand is niet ingelopen. In 2019 bezetten vrouwen volgens onderzoek van Harvard Medical School nog altijd ongeveer 40 procent van de deelnemersplaatsen in trials voor kanker, hartziekten en psychiatrische aandoeningen, terwijl zij 51 procent van de bevolking vormen.

Robbe: “Vrouwen waren altijd moeilijk te onderzoeken vanwege het feit dat ze zoveel hormonale schommelingen hadden. En als je iets niet weet, dan kun je het ook niet overdragen.”

Kennis die niet is verzameld, kan niet in een curriculum terechtkomen. Wat niet in het curriculum staat, wordt niet getoetst. Wat niet wordt getoetst, leert een arts alleen als hij er zelf achteraan gaat. Robbe is daar eerlijk over, ook wat haar eigen vak betreft.

“Ik moet eerlijk zeggen, als gynaecoloog zat het ook niet heel veel in mijn opleiding. Natuurlijk wel de basisprincipes van die hormonen, maar niet de echt specifieke hormonale klachten. Dus als je als specialist het niet weet, kun je ook niet verwachten dat een huisarts daarin opgeleid is.”

Niet zeuren, het hoort erbij

Naast het kennisgat wijst Robbe op iets dat minder makkelijk te repareren is en dat is onze cultuur.

“Ik denk, heel eerlijk gezegd, dat onze Nederlandse cultuur, die toch een klein beetje calvinistisch is, ook wel eens is van: niet zeuren, het hoort erbij. We hebben een heel laag percentage ruggenprikken ten tijde van een bevalling, dat is helemaal niet standaard in Nederland. En dat is in het buitenland wel. Dus ook de overgang, hormonale klachten, horen erbij. We doen alsof het zo hoort. Het is zeker geen onwil.”

De cijfers ondersteunen haar voorbeeld. In 2003 beviel 5,4 procent van de Nederlandse vrouwen met een epidurale verdoving, in 2012 was dat 17,9 procent, zo blijkt uit onderzoek van het Maastricht UMC+. In Vlaanderen lag dat aandeel in dezelfde periode rond 65 tot 70 procent. Het aandeel in Nederland stijgt sindsdien, maar de kloof met de buurlanden blijft groot. Of dat aan calvinisme ligt of aan de organisatie van de Nederlandse verloskunde, met veel thuisbevallingen en eerstelijnszorg door verloskundigen, is een open vraag. Dat vrouwen hier vaker te horen krijgen dat iets erbij hoort, is wel een patroon dat veel deelnemers aan de nascholing uit hun spreekkamer herkennen.

De aandacht voor de vrouwelijke gezondheid groeit

Robbe ziet de aandacht groeien, in de media en in de medische beroepsgroep zelf.

“Gelukkig komt er nu steeds meer aandacht voor. Er worden onderzoeken ingezet naar vrouwspecifieke aandoeningen. De overheid heeft daar veel geld en subsidies voor uitgetrokken.”

Het ministerie van VWS stelde 15 miljoen euro beschikbaar voor een kennisprogramma vrouwspecifieke aandoeningen bij ZonMw, met een looptijd van 2024 tot 2030. In juli 2025 stuurde de minister de Nationale Strategie Vrouwengezondheid naar de Tweede Kamer, met als doelen meer bewustzijn, sneller gebruik van bestaande kennis, passende zorg en minder fragmentatie. Vijftien miljoen over zes jaar is bescheiden voor een achterstand van decennia, maar het is voor het eerst dat vrouwengezondheid als apart beleidsterrein is benoemd.

Ook in de nascholing zelf verschuift de samenstelling. Waar de groep aanvankelijk vooral uit huisartsen bestond, zitten er nu ook psychiaters, cardiologen en een collega-gynaecoloog in de zaal.

“Overal wordt er meer erkend van: we missen hier iets. Of we zien overlap. Wat is nou de samenhang tussen die hormonen en de ziektebeelden die ik normaal gesproken zie? Het komt niet alleen vanuit de huisarts, maar vanuit meerdere kanten.”

Wat psychiater Merel Boas signaleert over de kennis van vrouwelijke hormonen

Merel Boas, psychiater en Pro Justitia-rapporteur, volgde de nascholing en schreef op 3 september 2026 in de Volkskrant een opiniestuk met de kop ‘Artsen zien vrouwen worstelen maar missen antwoorden’: tijd voor een specialist vrouwengeneeskunde. Zij begint waar Robbe eindigt. Bij de samenhang. Ze haalt psychiater Sandra Kooij aan, die stelt dat ernstige lichamelijke problematiek zo vaak voorkomt bij vrouwen met ADHD dat er gesproken moet worden van een systeemziekte.

“Ons lichaam, inclusief ons brein, is een samenhangend systeem. De scheiding bestaat in feitelijke zin niet, al vinden we het misschien prettiger te denken van wel. Zo blijken onze ‘geslachtshormonen’ zich bijvoorbeeld niet aan hun naamgeving te houden. Ze houden zich ook bezig met de sterkte van onze bindweefsels, onze stressregulatie, onze kwaliteit van slaap, ons energieniveau, onze stemming en ons cognitief functioneren.”

Vervolgens legt ze de vinger op een structureel punt dat Robbe ook noemt, maar scherper: na het artsexamen houdt de georganiseerde opleiding op. Bijscholing is een persoonlijke keuze van de arts.

Boas:“Je moet als patiënt dus het geluk hebben dat jouw (huis)arts nog voldoende fut en zin heeft om zich te verdiepen in een complex onderwerp als problematiek bij vrouwen.”

Boas is ook eerlijk over de nascholing zelf. Haar conclusie is niet dat de nascholing tekortschiet, maar dat drie dagen laten zien hoe complex het onderwerp is. Te complex, vindt zij, om structureel bij de huisarts te laten liggen. Door de jaren heen is veel complexe, vooral vrouwgerelateerde zorg bij de huisarts terechtgekomen, niet omdat die daar thuishoort, maar omdat een passend loket ontbrak. Ze noemt perimenopauzale klachten en PAIS, postinfectieuze syndromen die naar schatting meer patiënten treffen dan COPD, en in meerderheid vrouwen.

“We hebben al een kinderarts. We hebben een specialist ouderengeneeskunde. Omdat dit te complex is voor enkel de huisarts. Is het tijd dat we recht doen aan de complexiteit van het vrouwelijk lichaam door een medisch specialist in vrouwengeneeskunde op te leiden?”

Breed insteken of een specialist vrouwengeneeskunde?

Robbe: “De basis, het herkennen, voorschrijven, dat hoort in principe bij iedere zorgprofessional. Dus ook huisartsen. Als het een beetje moeilijk wordt of echt specialistisch, dan hoort dat zeker bij de specialist.”

Ze zegt er onomwonden bij waarom. Haar eigen wachtlijst is te lang. Meer behandelaars die de basis beheersen, betekent dat de gynaecoloog toekomt aan de gevallen die echt specialistische zorg nodig hebben. Boas wil daarnaast een nieuw loket, omdat gedreven artsen die nu het gat opvullen niet iedereen kunnen helpen en omdat ieder zelf het wiel moet uitvinden. “Daarnaast is het aanbod nu versnipperd en overstijgt de vraag het aanbod. Vrouwen moeten zelf op zoek naar waar ze terecht kunnen. En dat maakt ook dat een deel van de vrouwen met klachten nu niet geholpen worden.”

In de spreekkamer

Voor wie morgen spreekuur heeft, is het praktische begin klein. Vraag bij vrouwen tussen 40 en 55 met vermoeidheid, slaapproblemen, hartkloppingen, stemmingsklachten of gewichtstoename standaard naar de cyclus en naar andere overgangsklachten. Zet de hormonale status in de anamnese, naast leefstijl. Weet welke patiënt in aanmerking komt voor hormoontherapie en welke niet, en wanneer een verwijzing zinvol is. Cardioloog Tabita Valentijn, die de nascholing eerder volgde, beschreef het effect eerder op deze site. Ze vindt bij veel van deze vrouwen geen cardiale afwijkingen, maar kan nu wel uitleggen wat er speelt.

De nascholing Vrouwen en Hormonen voor artsen bestaat uit drie lesdagen in Ede met een e-learning vooraf. De groep van 4 september is vol. De volgende start op 4 december 2026.

Bronnen

  • Video-interview met Liselotte Robbe, Ede, 4 september 2026.
  • Merel Boas, Opinie: Artsen zien vrouwen worstelen, maar missen antwoorden: tijd voor een specialist vrouwengeneeskunde, de Volkskrant, 3 september 2026.
  • AAMC, Why we know so little about women’s health (FDA-richtlijn 1977, NIH Revitalization Act 1993, Harvard-cijfers 2019).
  • Ministerie van VWS, Nationale Strategie Vrouwengezondheid, brief aan de Tweede Kamer, 2 juli 2025 (15 miljoen euro kennisprogramma 2024 tot 2030, ZonMw).
  • Maastricht UMC+, cijfers epidurale pijnbestrijding bij bevallingen 2003 en 2012, via gezondheid.be. Vlaamse cijfers via SPE, Wikipedia Verloskundige epiduraal.
  • Academie Coaching en Leefstijl, interview Tabita Valentijn: Kennis over hormonen nuttig voor de spreekkamer en de collega’s.

Dit vind je wellicht interessant:

Online
Introductieles nascholing voor artsen

Leefstijl speelt een steeds grotere rol in de spreekkamer. Tijdens onze gratis online introductieles ontdek je hoe je met coachende vaardigheden, motiverende gespreksvoering en een stevige basis in eigen vitaliteit meer impact maakt in minder tijd. Je maakt kennis met de drie modules van de nascholing, ontmoet de docenten en ervaart hoe deze opleiding jouw dagelijkse praktijk kan versterken.
Datum
12 november 2026

3-Daagse training
Nascholing Vrouwen en Hormonen voor artsen

De (huis)arts is bij uitstek de persoon die met deze aanvullende nascholing vrouwen kan informeren én begeleiden met kennis van zaken, voorlichting en doeltreffende leefstijlinterventies. De 3-daagse nascholing Vrouwen en Hormonen is dan ook een waardevolle module voor artsen en specialisten.
Datum
04 december 2026, 12 maart 2027

Nascholing coaching en leefstijl voor artsen

Deze nascholing helpt jou als arts om leefstijl effectief bespreekbaar te maken in je spreekkamer en bij te dragen aan het zelfmanagement van je patiënten. Je krijgt praktische handvatten voor het begeleiden van de groeiende groep patiënten met leefstijlgerelateerde problemen, zoals chronische aandoeningen, overgewicht en obesitas. Daarnaast leer je het belang van voeding, beweging, slaap, ontspanning, zingeving en sociale context kennen, en hoe je deze aspecten vanuit het perspectief en de behoefte van de patiënt kunt toepassen in jouw praktijk. Ook ontdek je hoe je collega’s kunt betrekken bij de leefstijlaanpak, welke verwijsmogelijkheden er zijn, en hoe je draagvlak creëert binnen je netwerk om samen een effectieve leefstijlgerichte zorg te realiseren.
Datum
06 november 2026, 19 maart 2027

Nieuwsbrief

Het laatste nieuws en updates ontvangen?

Meld je direct aan

Aanmelden

Meld je aan voor een gratis online introductieles of voor een demo van de E-learning.

Meld je direct aan