• Meest ervaren leefstijlopleider van NL
  • Wetenschap is de basis
  • Accreditatie en certificering

Nieuw onderzoek laat zien dat ook de bewerking van de volkorenkorrel telt voor de bloedsuiker

In het kort

  • In een gerandomiseerde studie met 160 mensen met diabetes type 2 lag het HbA1c na twaalf weken 2,2 mmol/mol lager bij volkoren graan in zo heel mogelijke vorm dan bij precies dezelfde graansoorten fijngemalen. Gewicht, de hoeveelheid volkoren en de inname van voedingsstoffen waren in beide groepen gelijk.
  • De onderzoekers van de Universiteit van Otago concluderen dat de mate waarin graan bewerkt is de metabole uitkomsten beïnvloedt. Zij willen dat richtlijnen, marketing en etiketten onderscheid maken tussen geraffineerd graan, gemalen volkoren en de intacte korrel.
  • Voor een leefstijlcoach of arts verschuift de vraag van wit of volkoren naar hoe heel de korrel nog is. Grove, herkenbare korrels verdienen de voorkeur boven fijn volkorenmeel.

Volkoren is een van de weinige voedingsadviezen waar vrijwel iedereen het over eens is. De Gezondheidsraad adviseert geraffineerde graanproducten te vervangen door volkorenproducten, de Schijf van Vijf zet volkorenbrood, zilvervliesrijst en havermout in het groene vak, en in de spreekkamer is kies volkoren een vaste zin. Het advies klopt, maar het is grof. Het maakt geen onderscheid tussen een snee brood van fijn volkorenmeel en een bord hele graankorrels, terwijl het lichaam dat wel doet.

Een nieuwe studie uit Nieuw-Zeeland maakt dat verschil zichtbaar. Het onderzoek schuift de vraag op van welk graan iemand eet naar hoe bewerkt dat graan is. Voor mensen met diabetes type 2, en voor iedereen die met hen werkt, is dat een bruikbare verschuiving, omdat de verandering klein is en binnen het bestaande eetpatroon past.

Twee keer volkoren, één verschil

Onderzoekers van het Edgar Diabetes and Obesity Centre van de Universiteit van Otago, onder leiding van Andrew Reynolds en Jim Mann, volgden 160 volwassenen met diabetes type 2. De deelnemers waren gemiddeld 58,5 jaar, hadden een BMI van gemiddeld 33,7 en een HbA1c van gemiddeld 56,4 mmol/mol. Ze kregen twaalf weken lang gratis volkorenproducten thuisbezorgd van tarwe, rijst en haver, genoeg voor het hele gezin: 4,5 tot 9 kilo per twee weken. Het advies was simpel: vervang je gewone graanproducten door wat je krijgt.

De ene groep kreeg volkoren in zo heel mogelijke vorm, de andere groep dezelfde volkoren graansoorten maar fijngemalen. Beide groepen aten dus volkoren, in vergelijkbare hoeveelheden, met dezelfde voedingsstoffen. De geleverde producten leverden ongeveer twintig procent van de energie in de voeding.

Na twaalf weken lag het HbA1c in de groep met de minst bewerkte korrels gemiddeld 2,2 mmol/mol lager dan in de groep met gemalen volkoren. Het lichaamsgewicht veranderde in geen van beide groepen anders, en de inname van volkoren, geraffineerd graan en voedingsstoffen verschilde niet. Daarnaast meldde de groep met hele korrels een betere stoelgang. De onderzoekers schrijven het zo:

“These findings indicate that the degree of grain processing influences metabolic outcomes, support food reformulation, and distinguishing between refined grains, milled whole grains (wholemeal), and intact whole grains in dietary guidance, food marketing and labelling.” (Reynolds en collega’s, American Journal of Clinical Nutrition, oktober 2026)

Het resultaat staat niet op zichzelf. Dezelfde groep deed in 2020 een kortere crossoverstudie bij 31 mensen met diabetes type 2, met een continue glucosemeter. Na twee weken minder bewerkte volkorenproducten was de glucosestijging na het ontbijt 9 procent lager en na alle maaltijden samen 6 procent lager dan na fijngemalen volkoren. Ook de schommelingen over de dag namen af. Het gewicht ging in de periode met fijngemalen graan iets omhoog en in de periode met hele korrels iets omlaag, een verschil van 0,81 kilo. De nieuwe studie laat zien dat dit effect op de dag ook doorwerkt in de langetermijnmaat HbA1c.

Waarom de korrel zelf ertoe doet

Het mechanisme zit in de structuur van de korrel. Een graankorrel bestaat uit cellen waarin het zetmeel is ingepakt. Rond elk zetmeelpakketje zit een celwand van vezels, en rond de hele korrel zitten de zemel en de aleuronlaag. Zolang die structuur intact is, moeten spijsverteringsenzymen als amylase zich een weg banen door die wanden voordat ze bij het zetmeel kunnen. Dat gaat langzaam, en een deel van het zetmeel bereikt de dunne darm niet eens in verteerbare vorm.

Malen breekt die structuur open. Hoe fijner het meel, hoe meer celwanden kapot zijn en hoe groter het oppervlak waar enzymen op kunnen aangrijpen. Het zetmeel ligt dan als het ware open en bloot, en wordt sneller afgebroken tot glucose. Volkorenmeel bevat nog steeds alle delen van de korrel en dus ook alle vezels, maar die vezels zitten niet meer als beschermende wand om het zetmeel heen. Ze liggen ernaast.

Een beeld dat helpt: vergelijk een hele sinaasappel met sinaasappelsap waar de vezels weer aan zijn toegevoegd. Op papier is de samenstelling vergelijkbaar, maar in het ene geval moet het lichaam werken om bij de suiker te komen en in het andere geval niet. Bij graan is het verschil subtieler, omdat ook fijn volkorenmeel nog veel structuur heeft vergeleken met wit meel. Toch is het genoeg om te zien in de bloedsuiker na de maaltijd, en volgens deze studie ook in het HbA1c.

Zetmeel en vezels die ontsnappen aan de vertering in de dunne darm, komen in de dikke darm terecht, waar bacteriën ze fermenteren. De betere stoelgang in de groep met hele korrels past bij dat beeld. Of die fermentatie, via korteketenvetzuren, ook bijdraagt aan de glucoseregulatie, is in deze studie niet gemeten, maar het is een plausibele tweede route.

Het idee dat de voedselmatrix belangrijk is, is niet nieuw. Het speelt ook in het onderzoek naar ultrabewerkt voedsel. Een systematische review van onderzoekers van de Universiteit van Oxford, gepubliceerd in BMJ Nutrition, Prevention & Health, vond vijf studies naar ultrabewerkt voedsel volgens de NOVA-indeling en cognitieve uitkomsten zoals dementierisico, cognitieve achteruitgang en cognitieve prestaties. Alle vijf vonden een ongunstig verband, in drie studies als significant hoofdeffect. Ook daar gaat de vraag niet over welke voedingsstoffen erin zitten, maar over wat er met het voedsel is gebeurd voordat het op het bord lag.

Van productkeuze naar bewerkingsgraad

Voor de praktijk betekent dit een extra laag in een advies dat al jaren hetzelfde klinkt. Tot nu toe stond de grens tussen wit en volkoren. De nieuwe studie legt er een tweede grens achter: binnen volkoren is de hele korrel gunstiger dan het meel. Dat sluit aan bij hoe de NOVA-indeling naar voedsel kijkt. Veel supermarktbrood is volkoren, maar valt door toevoegingen als emulgatoren en broodverbeteraars toch in de groep ultrabewerkt. Daarnaast bestaat het uit componenten. Het meel wordt niet gemalen van de hele korrel maar aan wit meel worden weer vezels toegevoegd. Het etiket volkoren zegt dus iets over welke delen van de korrel erin zitten, maar weinig over de structuur en de bewerking.

Cliënten met diabetes type 2 of insulineresistentie hebben vaak al de stap van wit naar volkoren gezet en zien daarna weinig verandering. De volgende stap is geen nieuw dieet, maar een verschuiving binnen wat ze al eten: van fijn naar grof, van vlokken naar korrels, van meel naar heel. Dat is voor veel mensen haalbaarder dan koolhydraten schrappen, en het past bij een coachende aanpak waarin kleine, concrete veranderingen het fundament zijn.

Voor de arts is het een aanvulling op het medicamenteuze beleid die weinig kost. Een verschil van 2,2 mmol/mol HbA1c in twaalf weken, zonder gewichtsverlies en zonder dat mensen minder koolhydraten aten, haal je met een boodschappenlijst en niet met een recept.

Wat dit vraagt in de begeleiding

Hoe minder de korrel bewerkt is, hoe beter. In de dagelijkse praktijk vertaalt zich dat naar een paar verschuivingen.

Bij het ontbijt van fijne instant havermout of havermeel naar grove havervlokken of havergrutten. Bij de warme maaltijd vaker hele graankorrels als bijgerecht, zoals zilvervliesrijst, gort, spelt, bulgur of freekeh, in plaats van producten van meel zoals pasta of couscous. Bij brood een brood kiezen waarin de korrels nog zichtbaar zijn, en bewust omgaan met het idee dat volkorenbrood automatisch de beste keuze is. Het gaat niet om perfectie maar om de richting: van zacht en fijn naar stevig en grof.

Een bijkomend voordeel is dat hele korrels meer kauwwerk vragen en langzamer worden gegeten. Dat helpt bij het verzadigingsgevoel, al is dat in deze studie niet gemeten. En wie met cliënten werkt aan bewust eten, heeft met de vraag hoe heel is dit nog een concreet en waarneembaar criterium in de supermarkt.

Voor leefstijlcoaches die met de Schijf van Vijf werken, verandert er niets aan het fundament. Volkoren blijft beter dan geraffineerd. Er komt alleen een nuance bij die de boodschap preciezer maakt, en die past bij een tijd waarin de bewerkingsgraad van voedsel steeds meer aandacht krijgt naast de samenstelling.

Wat er nog niet bewezen is

Het verschil van 2,2 mmol/mol is bescheiden, en de onderzoekers presenteren het als klinisch relevant in de context van een eenvoudige voedingsverandering, niet als vervanging van behandeling. De studie duurde twaalf weken, vond plaats in Nieuw-Zeeland en de producten leverden maar een vijfde van de energie. Of het effect over jaren standhoudt, en of het groter wordt als een groter deel van de voeding uit hele korrels bestaat, is onbekend. Van de deelnemers leverde 89 procent bloed aan het eind van de studie. De review over ultrabewerkt voedsel en cognitie bevat slechts vijf observationele studies met verschillende uitkomstmaten, en de auteurs vragen zelf om onderzoek dat corrigeert voor de totale kwaliteit van de voeding. Wat er wel ligt, is een gerandomiseerde studie die bij gelijke voedingsstoffen en gelijk gewicht een verschil in bloedsuiker laat zien, aangevuld met een eerdere studie die hetzelfde patroon vond in de glucosecurve van alledag.

Bronnen
Reynolds AN, Hood F, Iosua E, et al. Impact of minimally processed versus milled whole grains on glycaemic control in type 2 diabetes: a 12-week randomised trial. Am J Clin Nutr. 2026. https://doi.org/10.1016/j.ajcnut.2026.101601
Åberg S, Mann J, Neumann S, Ross AB, Reynolds AN. Whole-grain processing and glycemic control in type 2 diabetes: a randomized crossover trial. Diabetes Care. 2020, 43(8): 1717-1723. https://doi.org/10.2337/dc20-0263
Smith M, Watson P, Gallacher J, Bauermeister S. Ultra-processed food exposure and cognitive outcomes: a systematic review of observational studies. BMJ Nutr Prev Health. 2026, 9(1): 1-9. https://doi.org/10.1136/bmjnph-2025-001325

Nieuwsbrief

Het laatste nieuws en updates ontvangen?

Meld je direct aan

Aanmelden

Meld je aan voor een gratis online introductieles of voor een demo van de E-learning.

Meld je direct aan