Lieke Willems gaf op dinsdagavond 27 oktober 2026 een webinar over biodiversiteit in eigen tuin en wijk. En vooral het nut daarvan voor de gezondheid. Kijk hier het webinar terug en lees verder onder de video.
Het verhaal van Lieke: bomen tellen is niet genoeg, het gaat om biodiversiteit
Lieke Willems werkt bij IPC Groene Ruimte als trainer biodiversiteit en business developer. Ze is opgeleid als architect. Haar boodschap: bomen tellen is niet genoeg, het gaat om biodiversiteit.
Openbare ruimte en sterfterisico
Ze begint bij gezondheid als ruimtelijk vraagstuk. RIVM, GGD en het Rijk zien de openbare ruimte steeds vaker als middel voor preventie. Het RIVM heeft de 3-30-300-regel van Cecil Konijnendijk getoetst aan de literatuur en kwam uit op ongeveer 4% lager sterfterisico in een groenere omgeving. Daartegenover zet ze de westerse welvaartsziekten en de cijfers over burn-out: 20,7% van de werknemers heeft klachten, goed voor 11 miljoen verzuimdagen per jaar. De gebouwde omgeving prikkelt, natuur ontspant. Alleen al een foto van een bos verlaagt hartslag, bloeddruk en stresshormoon, en natuurlijke vormen wekken alfagolven op.
Eenzijdig betekent kwetsbaarheid
Daarna haar kernpunt. De 3-30-300-regel gaat over aantallen bomen, niet over variatie. Als voorbeeld noemt ze de VS. Daar stierven de essen massaal door de essenprachtkever, waarna de sterfte flink opliep: zo’n 20.000 extra doden, vooral aan hart- en vaatziekten en longziekten. Eenzijdige beplanting is kwetsbaar voor plagen en voor een klimaat waarvan het KNMI niet weet welke kant het op gaat. Diverse beplanting houdt het systeem op orde. Boom, struik en ondergroei helpen elkaar. Mezen ruimen alleen eikenprocessierupsen op als er ook struiken zijn waar ze veilig zijn. Onder fluitenkruid leven sluipwespen die de rupsen parasiteren. Gevallen blad voedt het bodemleven, en dat geeft mineralen terug aan de boom. Een diverse bodem houdt water vast, en het groen dat erop groeit vangt fijnstof af, dempt geluid en maakt fytonciden aan.
Menselijk holobiont
Dan de mens als holobiont. We hebben meer bacteriën dan menselijke cellen, en die bacteriën helpen bij afweer, spijsvertering en de opname van voedingsstoffen. Onze darmen werken zoals de wortels van een boom. Fins onderzoek laat zien dat kinderen van 0 tot 3 jaar die contact hebben met gezonde bodem minder allergieën en astma krijgen. Stedelijke bodems zijn uitgeput en lijken wereldwijd op elkaar. In de kleine tuinstudie van Roslund verbeterde binnen een half jaar het microbioom van mensen die blad en dood hout lieten liggen.
Eigen acties in tuin en buurt
Wat kun je doen? Tegels eruit, gelaagd en gevarieerd planten, water laten wegzakken waar het valt, blad laten liggen, geen kunstmest gebruiken en zorgen voor bodemrust. De Meetlat Biodiversiteit van IPC is gratis te downloaden en staat nu ook in de toolbox van Samen voor biodiversiteit. Lieke vraagt of er een versie voor leefstijlcoaches zou moeten komen. Als historisch voorbeeld van wat artsen kunnen bereiken noemt ze Sarphati, die zich hard maakte voor het eerste riool in Amsterdam.
Practische tips
Na de discussie gaf ze nog praktische tips. Zorg voor een bloeiboog van maart tot november en snoei klimop gefaseerd, zodat bijen in de herfst nectar vinden en vogels in maart bessen. Koop biologisch plantmateriaal zonder doorgekweekte cultivars. Voor leefstijlcoaches noemde ze de natuurpiramide van Tim Beatley: dagelijks 30 minuten groen, wekelijks twee uur bos of park, een weekend per maand en een keer per jaar een intensieve natuurervaring. Ze sloot af met twee bosjes bij IPC die na een brand in de jaren 70 opnieuw zijn ingeplant. Het gemengde bosje met linde bleef in de droge zomer vochtig, het bosje met alleen eik niet. Haar slotboodschap: we hebben geen gebrek aan ruimte maar aan integraal denken. Biodiversiteit, gezondheid, sociale cohesie en klimaatadaptatie horen bij dezelfde oplossing.
De discussie met de deelnemers
De gesprekken in de breakoutrooms zelf staan niet in de opname. Wat volgt is wat de twee groepjes plenair terugkoppelden, plus het gesprek dat daarna ontstond.
In de eerste groep was iedereen het snel eens: in je eigen tuin is niets doen het beste. Daarnaast ging het over de spanning tussen meer groen en tegelijk meer woningen en voorzieningen. De leefstijlcoach kreeg de vraag hoe zij als coach het gesprek aangaat met een buurman die zijn tuin betegeld heeft en het hele jaar de bladblazer gebruikt. Een pasklaar antwoord had ze niet. Later zei ze dat ze het onderwerp vooral in haar eigen netwerk en onder collega’s vaker wil aankaarten.
In de tweede groep zaten twee groenprofessionals van de gemeente Nijmegen. Een van hen legde uit dat bomen gedijen op een bodem waarin schimmels overheersen en gras op een bodem waarin bacteriën overheersen. Een fruitboom in het gras staat dus niet ideaal, terwijl een fruitboom tussen andere bomen meer oplevert. De voedingscoach, die haar fruitbomen in het gras heeft staan, nam dat meteen mee.
Plenair ging het over samenwerking tussen domeinen. De groenadviseur vond dat groen pas prioriteit krijgt als duidelijk wordt wat het in euro’s oplevert. Zolang dat niet lukt, blijft groen een kostenpost en sluitpost. Hij noemde initiatieven zoals Groen op de balans en een rekenmodel van onderzoeksinstituut BOM, waarvan maar een klein deel in echte bedragen uit te drukken is. Lieke voegde toe dat het knelpunt vooral zit in de vraag wie betaalt en wie de winst krijgt. Een deelnemer die toezichthouder is bij een woningcorporatie, met leefbaarheid in zijn portefeuille, herkende dat. Voor vergroening van wijken is weinig geld, juist in de wijken met veel sociale huur die het het hardst nodig hebben. Iemand opperde een percentageregeling voor groen, naar het voorbeeld van de oude regeling voor kunst. Ook kwamen de bewoners ter sprake die zelf iets aanplanten, waarna de gemeente het in het najaar weer wegmaait.
Er waren ook positieve voorbeelden. In een zijstraat bij Groningen hebben bewoners samen rond de bomen geplant. De groenadviseur zag in Nijmegen een trend naar gemeenschappen die samen verantwoordelijk zijn voor een stuk openbare ruimte in plaats van een eigen tuin. Dat werkt volgens hem tot ongeveer honderd mensen. Hij noemde de Vinex-wijken een gemiste kans, omdat ze op individualiteit zijn ontworpen. De voedingscoach, die op het platteland woont, plaatste daar een kanttekening bij. In haar dorp is het groen al gemeenschappelijk, maar de vrijwilligers houden het juist heel netjes, te netjes. Conclusie: elke plek vraagt een eigen aanpak, zolang het eindbeeld groen is.
De voedingscoach bracht een concrete casus in. Ze heeft een terrein van tweeënhalve hectare, een voormalig voetbalveld met een eiken-, linden- en beukenwal uit 1960. De gemeente heeft gevraagd er woningen op te ontwikkelen. Zij schrijft het principeverzoek en wil dat de bomenwal behouden blijft, bijvoorbeeld onder gezamenlijk beheer van de nieuwe bewoners. Natuurinclusief bouwen werd genoemd als onderbouwing. Een deelnemer met een achtergrond in voedingskunde vertelde dat het microbioom van een gezonde bodem sterk lijkt op dat van een gezond lichaam, en dat het woord holobiont haar daarbij hielp.
Wat kun je zelf doen?
In je eigen tuin
- Haal tegels weg en zet er groen voor in de plaats, zodat de bodem vocht kan vasthouden.
- Plant in lagen: boom, struik en ondergroei. Kies ook binnen elke laag verschillende soorten.
- Laat blad liggen waar het valt, zodat er een strooisellaag ontstaat. Laat ook dood hout liggen.
- Schoffel niet of veel minder. Dat geeft de bodem rust.
- Gebruik geen kunstmest. Daarmee maak je de samenwerking tussen boom en bodembacteriën overbodig.
- Laat regenwater in de grond zakken op de plek waar het valt.
- Zorg dat er van maart tot november iets bloeit.
- Snoei klimop om het jaar of steeds maar een deel. Dan bloeit hij in oktober en november voor de bijen en draagt hij in maart bessen voor de vogels.
- Koop biologisch plantmateriaal met niet meer dan twee namen. Sterk doorgekweekte planten hebben vaak geen nectar die bijen kunnen bereiken.
- Laat planten liefst uit zaad opkomen. Dat geeft meer genetische variatie.
- Zet een fruitboom liever tussen andere bomen dan in het gras.
- Een vogelkastje alleen helpt niet tegen de eikenprocessierups. Mezen hebben ook een struik nodig om veilig te zitten, en fluitenkruid trekt sluipwespen aan die de rupsen opruimen.
- Zorg voor variatie in de tuin zelf: hoog en laag, zon en schaduw, nat en droog.
In je straat of wijk
- Plant samen met de buren rond de straatbomen, zoals in de straat bij Groningen.
- Begin klein. Elke tegel die eruit gaat telt, en met zulke voorbeelden kun je anderen over de streep trekken.
- Bespreek met de buren wat een “nette tuin” eigenlijk is. Het verhaal van de mens als holobiont kan daarbij helpen.
- Beheer groen samen met een vaste groep bewoners. Volgens de groenadviseur werkt dat tot ongeveer honderd mensen.
- Laat jonge kinderen spelen met echte grond. Fins onderzoek laat bij kinderen van 0 tot 3 jaar minder allergieën en astma zien.
- Spreek bij nieuwbouw af dat bestaande bomen blijven en dat de nieuwe bewoners er samen verantwoordelijk voor zijn. Benut het grondverzet om reliëf en water toe te voegen.
Bij de gemeente
- Kies voor biodivers groen en niet alleen voor meer groen. Een mix van soorten is beter bestand tegen plagen en een onzeker klimaat.
- Geef bomen meer groeiruimte. Wie 30% kroonbedekking wil, heeft ook ongeveer 30% groeiplaats nodig.
- Laat blad liggen in het openbaar groen, zodat de bodem meer organische stof krijgt.
- Stem het maaibeheer af op bloemen. In Arnhem stijgt de bijenpopulatie sinds dit jaar weer.
- Leg bewoners uit waarom er minder gemaaid wordt, zodat hun aanplant niet in het najaar wordt platgemaaid.
- Leg speelplekken aan zonder kunstgras, met echte bodem en planten waarvan het blad goed verteert.
- Maak straten smaller en geef de auto minder ruimte. De ontwerpleidraad van Groningen is daar een voorbeeld van, en het scheelt ook bandenslijpsel, lees fijnstof.
- Gebruik de gratis Meetlat Biodiversiteit van IPC. Die staat ook in de GIOS-handreikingen en in de toolbox van Samen voor biodiversiteit.
- Maak de waarde van groen zichtbaar, bijvoorbeeld met Groen op de balans. Denk aan een percentageregeling voor groen en aan budget voor buurtinitiatieven, vooral in wijken met veel sociale huur.
- Als zorgprofessional kun je de vraag vanuit gezondheid zelf inbrengen. Lieke noemde Sarphati als voorbeeld van wat een arts daarmee kan bereiken.
