De American Academy of Sleep Medicine herziet haar richtlijn voor slaapproblemen door ploegendienst
In het kort
Ongeveer 27 procent van de volwassenen in ploegendienst ontwikkelt klachten. De herziene richtlijn van de American Academy of Sleep Medicine, gebaseerd op 118 studies, geeft 19 aanbevelingen.
De richtlijn mikt op het beheersen van slaperigheid en slapeloosheid, niet op het omzetten van de biologische klok. Voor wie wisselende diensten draait, noemen de auteurs klokaanpassing geen realistisch doel.
De hefbomen liggen bij licht, eetmoment, een dutje vóór de dienst en een vast slaapvenster overdag. Bij slapeloosheid zijn CBT-I en melatonine de eerste stap, benzodiazepines worden afgeraden.
Wie nachtdiensten draait, krijgt vaak het advies om te wennen aan de nacht. De nieuwe richtlijn van de American Academy of Sleep Medicine (AASM), op 24 oktober verschenen in het Journal of Clinical Sleep Medicine, gaat uit van iets anders. De biologische klok van de meeste mensen in ploegendienst past zich niet aan, en dat hoeft ook niet het doel te zijn. Het doel is de klachten beheersen: slaperigheid tijdens het werk en slecht slapen daarna.
Over wie het gaat
Van een ploegendienststoornis is sprake als iemand minstens drie maanden werkt op uren die samenvallen met de gewone slaaptijd, en daar slaperig of slapeloos van wordt. Dat geldt voor ongeveer 27 procent van de volwassenen in ploegendienst. De richtlijn noemt een reeks risico’s van ploegendienst: lagere kwaliteit van leven, ongewenste gewichtstoename, hart- en vaatziekten en stofwisselingsstoornissen, stemmingsproblemen, problemen met de vruchtbaarheid en kanker. Een taakgroep onder leiding van Kenneth Wright van de University of Colorado Boulder beoordeelde 118 studies en kwam tot 19 aanbevelingen.
Het mechanisme: twee klokken en een slaapdruk
Wakker zijn en slapen worden door twee systemen gestuurd. Het eerste is de slaapdruk, die opbouwt naarmate je langer wakker bent, onder meer door de stof adenosine. Het tweede is de biologische klok in de hersenen, die zich instelt op licht en die het lichaam vroeg in de ochtend in de diepste slaapstand zet. Tijdens een nachtdienst werken beide tegen: de slaapdruk is hoog en de klok staat op slapen.
Daarnaast hebben lever, darm en alvleesklier en andere organen een eigen klok, die zich vooral op eten instelt. ’s Nachts verwacht het lichaam geen maaltijd. De glucosetolerantie is lager en een volle maaltijd geeft een sterkere bloedsuikerreactie en meer slaperigheid. Een snack of niets eten ’s nachts werkte in vier gerandomiseerde studies beter tegen slaperigheid en concentratieverlies dan een volle maaltijd.
De andere aanbevelingen volgen dezelfde logica. Fel licht in de nacht onderdrukt melatonine en maakt alerter. Cafeïne blokkeert adenosine. Een dutje vóór de dienst verlaagt de slaapdruk. Met de klok mee roteren, van vroege naar late naar nachtdienst, sluit aan bij de neiging van de klok om later te gaan lopen. Een donkere zonnebril op weg naar huis voorkomt dat het ochtendlicht de klok terugzet.
De aanbevelingen in het kort
Tegen slaperigheid: fel licht tijdens de nachtdienst, cafeïne voor of tijdens de dienst maar niet vlak voor het slapen, een dutje vóór de dienst, met de klok mee roteren, en ’s nachts hooguit een snack. Na een dutje is er een periode van slaapdronkenheid, dus plan genoeg tijd voor iemand gaat rijden. Bij slapeloosheid overdag: CBT-I en melatonine, eventueel een melatonineagonist of een orexineantagonist, geen benzodiazepines. Voor artsen relevant is dat ook modafinil wordt genoemd, als enige aanbeveling met matige zekerheid. Voor wie zich wil aanpassen aan vaste nachtdiensten: fel licht in de nacht, een vast slaapvenster overdag en een zonnebril in de ochtend. Tussen diensten van 8 en 12 uur maakt de richtlijn geen keuze.
Wat dit betekent voor leefstijlcoach en leefstijlarts
Een groot deel van deze aanbevelingen ligt in het domein van leefstijl en gedrag. Een coach kan met een cliënt in ploegendienst plannen wanneer de hoofdmaaltijd valt, hoe het dutje vóór de eerste nacht eruitziet, waar de slaapkamer overdag echt donker wordt en wanneer de laatste koffie is. Dat vraagt geen ingrijpen in het rooster, wel een plan per type dienst. In de opleiding tot leefstijlcoach geven we hier in module 2 aandacht aan.
Voor artsen gaat het ook om de eigen beroepsgroep. In een Zwitsers onderzoek onder 41 arts-assistenten interne geneeskunde steeg na een maand nachtdiensten het gebruik van slaapmedicatie van 7 naar 24 procent. In de nascholing De Vitale arts komt dit terug bij werkdruk, slaap en herstel.
Wat nog open ligt
Alle 19 aanbevelingen zijn voorwaardelijk en op één na rust elke aanbeveling op lage of zeer lage zekerheid. Het bewijs komt grotendeels uit laboratoriumstudies met gesimuleerde nachtdiensten bij gezonde volwassenen en uit veldstudies bij werknemers zonder formele diagnose. De studies keken naar slaperigheid, slaap en prestaties op korte termijn. Of deze aanpak ook de langetermijnrisico’s van ploegendienst verlaagt, is niet onderzocht. Wat er wel ligt, is een samenhangend kader dat aansluit bij wat bekend is over de biologische klok, en dat mensen in ploegendienst zelf grotendeels kunnen toepassen.
Bron: Wright KP, Abbott SM, et al. Management of shift work disorder: an American Academy of Sleep Medicine clinical practice guideline. Journal of Clinical Sleep Medicine, 24 oktober 2026. DOI 10.1007/s44470-026-00084-w. Aanvullend: Swiss Medical Weekly, 30 september 2026, DOI 10.57187/4027. https://doi.org/10.1007/s44470-026-00084-w