Vitamine- en mineraaltekorten in Nederland: wat de cijfers laten zien en wat je ermee kunt
Nederland oogt als een goed gevoed land. De schappen puilen uit, honger is hier zeldzaam en de gemiddelde inname van energie en eiwit is ruim voldoende. Toch laten Nederlandse studies een ander beeld zien. Van een aantal vitamines en mineralen krijgen veel mensen structureel te weinig binnen. Niet overal en niet bij iedereen, maar geconcentreerd in bepaalde leeftijds- en risicogroepen. Voor leefstijlcoaches en andere zorgprofessionals is dat relevant, want juist deze tekorten blijven vaak onzichtbaar tot er klachten ontstaan.
Welke nutrienten vragen aandacht?
Een paar namen komen in vrijwel elk overzicht terug. Vitamine D springt eruit, gevolgd door folaat oftewel foliumzuur, vitamine B12 en B6. Bij de mineralen gaat het vooral om ijzer, zink, en selenium. Het zijn stuk voor stuk nutrienten waarvan de inname bij grote delen van de bevolking onder de geschatte behoefte ligt, zeker bij wie weinig gevarieerd eet of tot een risicogroep behoort.
Vitamine D als koploper
Vitamine D is het duidelijkste voorbeeld. In een representatieve analyse bleek vrijwel de hele bevolking via voeding te weinig binnen te krijgen, in alle leeftijdsgroepen. Aan het einde van de winter is een deel van de volwassenen ook in het bloed aantoonbaar tekort, in studies variërend van ongeveer zeven tot zesentwintig procent, afhankelijk van leeftijd en geslacht. Bij jonge kinderen liep dat in de winter op tot bijna een derde, met een kleine groep met een ernstig tekort. De hoogste percentages zie je bij zwangeren, bij kinderen met een niet-westerse achtergrond en bij mensen met overgewicht. Dat vitamine D zo vaak tekortschiet heeft een logische reden. Voeding levert maar een beperkt deel, en op onze breedtegraad maakt de huid een groot deel van het jaar te weinig aan en zitten we grootendeels binnen.
IJzer, folaat en de B-vitamines
Ook ijzer verdient aandacht. Meer dan de helft van de bevolking krijgt minder ijzer binnen dan de geschatte behoefte. Bij tienermeisjes is het beeld het scherpst. In onderzoek had een groot deel een lage inname, terwijl dat bij jongens veel minder speelde. Bij folaat en vitamine B12 gaat het vaak om lage waarden in het bloed bij ongeveer een op de vijf volwassenen in kleinere studies. Vooral adolescenten en vrouwen scoren laag. Dat patroon hangt samen met eetkeuzes, met bloedverlies door menstruatie als het om ijzer gaat, en bij B12 met een plantaardiger voedingspatroon zonder aanvulling.
Wie loopt het meeste risico?
De rode draad is dat tekorten zich opstapelen in een aantal groepen. Tieners, en dan vooral meisjes, lopen risico op lage innames van vitamine A, C en D, folaat, ijzer, calcium, magnesium en zink. Vrouwen, zeker rond een zwangerschap, krijgen zonder supplementen vaak te weinig folaat en vitamine D, en soms ook ijzer en calcium. Ouderen, zowel thuiswonend als in het verpleeghuis, hebben lage innames van een breed pakket, waaronder B2, B6, folaat, vitamine D en E, plus calcium, jodium, magnesium en selenium. Mensen met een niet-westerse achtergrond of met overgewicht hebben een sterk verhoogde kans op een tekort aan vitamine D. En in bepaalde patiëntgroepen, bijvoorbeeld bij coeliakie, zijn ijzertekort en bloedarmoede eerder regel dan uitzondering.
Waarom ontstaan deze tekorten?
Zelden door een enkele oorzaak. Meestal werken voeding, leefstijl en soms aanleg of ziekte samen. De belangrijkste factor is een eetpatroon met te weinig micronutriëntrijke producten. In onderzoek hangen meer groente, fruit, eieren, vlees en vleesvervangers, noten en zaden samen met betere waarden, terwijl veel bewerkt vlees juist samengaat met lagere folaatwaarden. Daar bovenop komt bij vitamine D de rol van de zon. Weinig buiten zijn, vooral in winter en voorjaar, weinig buitenspelen bij kinderen en meer schermtijd zijn allemaal gekoppeld aan lagere waarden. Overgewicht en weinig beweging verlagen de vitamine D status verder. Tot slot kunnen genetische gevoeligheid, medicijngebruik en chronische ziekte de behoefte verhogen of de opname verstoren.
Hoe hard zijn deze cijfers?
Een nuchtere kanttekening hoort erbij. De getallen komen uit verschillende Nederlandse studies, met uiteenlopende opzet, omvang en meetmethode. Bovendien is een lage inname iets anders dan een aangetoond tekort in het bloed. Seizoen, leeftijd en de gekozen afkapwaarde bepalen mee hoe hoog een percentage uitvalt. Lees de cijfers daarom als duidelijke signalen en niet als exacte waarheden. Ze laten consistent zien waar de aandacht naartoe moet, ook al verschilt het precieze percentage per onderzoek. Wie een uitspraak op een spreekuur of in voorlichting gebruikt, doet er goed aan de oorspronkelijke bron er even bij te pakken.
In de praktijk brengen
Voor wie hiermee werkt, zijn er een paar concrete aanknopingspunten.
- Begin bij het bord. Een gevarieerd, micronutriëntrijk eetpatroon met groente, fruit, peulvruchten, noten, vis en eieren dekt de meeste behoeften en is bijna altijd de eerste stap.
- Geef vitamine D een vaste plek als supplement. Stimuleer dagelijks even naar buiten in het daglicht en bespreek suppletie, zeker in het winterhalfjaar en bij wie tot een risicogroep behoort. Vitamine D-supplementen zijn goedkoop en overal verkrijgbaar.
- Werk gericht voor risicogroepen. Denk aan extra aandacht voor folaat en vitamine D rond een kinderwens en zwangerschap, aan ijzer bij tienermeisjes en menstruerende vrouwen, en aan een breed micronutriëntenbeeld bij ouderen.
- Maak het meetbaar bij twijfel. Laat bij aanhoudende klachten of een duidelijk risicoprofiel de relevante waarden bepalen en stem suppletie daarop af, in plaats van blind te stapelen. Multi-vitaminen zijn vaak niet gebalanceerd samengesteld en duur is vaak niet beter dan een eenvoudig supplement.
- Kijk verder dan kennis alleen. Veel mensen weten heus wel dat groente gezond is. De winst zit in kleine, consequente keuzes die je samen inbouwt in een gewone week, want gedrag verandert pas als het haalbaar wordt.
Bronnen
De vijf belangrijkste bronnen uit het document, gekozen op relevantie voor de Nederlandse situatie en de kernclaims:
Bird, Bruins & Turini (2023) — Micronutriëntinname in het Nederlandse dieet (voeding, verrijkte producten en supplementen). European Journal of Nutrition. Basis voor het beeld dat meer dan de helft onder de behoefte zit voor o.a. ijzer, calcium, vitamine D en folaat. doi.org/10.1007/s00394-023-03219-4
Van der Meer et al. (2006) — Vitamine D-tekort bij niet-westerse zwangeren in Den Haag. American Journal of Clinical Nutrition. Kernbron voor de hoge prevalentie in risicogroepen. doi.org/10.1093/ajcn/84.1.350
Wierdsma et al. (2013) — Vitamine- en mineraaltekorten bij nieuw gediagnosticeerde coeliakie. Nutrients. Onderbouwt de tekorten in specifieke patiëntgroepen. doi.org/10.3390/nu5103975
Van Rossum et al. (2020) — Nederlandse voedselconsumptiepeiling 2012–2016 (kinderen). Proceedings of the Nutrition Society. Bron voor de winterse vitamine D-cijfers bij kinderen. doi.org/10.1017/s0029665120003067
Berendsen et al. (2016) — Bronnen van vitamine D, B6 en selenium bij ouderen (NU-AGE-studie). Nutrition Research. Onderbouwt de brede tekorten bij ouderen. doi.org/10.1016/j.nutres.2016.05.007