• Meest ervaren leefstijlopleider van NL
  • Wetenschap is de basis
  • Accreditatie en certificering

Nieuwe studies verleggen de aandacht van kilo’s en kanker naar vaatschade en stemming

Jarenlang ging het gesprek over ultrabewerkt voedsel vooral over gewicht, diabetes en darmkanker. In de eerste helft van oktober verschenen kort na elkaar studies die samen een ander beeld geven. Bij mensen van middelbare leeftijd gaat veel ultrabewerkt eten samen met stille schade aan de kleine bloedvaten in de hersenen. Bij mensen met een depressie bleek het weglaten van ultrabewerkt voedsel haalbaar, en de stemming leek mee te bewegen. Tegelijk vond een van de grootste cohorten ooit geen verband tussen ultrabewerkt eten als geheel en darmkanker.

Dat klinkt tegenstrijdig, maar dat is het niet. Het wijst erop dat het etiket ultrabewerkt minder zegt dan wat er in het pakje zit, en dat de effecten die er wel zijn een andere route nemen dan we lang dachten. Voor leefstijlcoaches is dat relevant. Het brein en de stemming zijn voor veel cliënten een sterkere ingang dan het zoveelste verhaal over kilo’s.

Wat de MRI liet zien

De opvallendste studie komt uit Canada en verscheen in JAMA Network Open. Onderzoekers combineerden twee grote cohorten, de Canadian Alliance for Healthy Hearts and Healthy Minds (CAHHM) en PURE-MIND. Samen leverden die 8.783 volwassenen van 35 tot 69 jaar op, gemiddeld 57,7 jaar oud, van wie 56,6 procent vrouw. Niemand had een bekende hart- of vaatziekte. Alle deelnemers vulden een voedingsvragenlijst in en gingen de MRI-scanner in.

Wie in het hoogste kwart zat qua ultrabewerkt eten, had 1,7 procentpunt meer lichaamsvet en 5,7 milliliter meer visceraal vet, het vet rond de buikorganen, dan wie in het laagste kwart zat. Belangrijker: de kans op vasculaire hersenschade was 40 procent hoger (OR 1,40). Daaronder vielen stille herseninfarcten, kleine infarcten zonder klachten, en uitgebreide afwijkingen in de witte stof. De score op twee cognitieve tests (MoCA en DSST) verschilde niet. Ook in het levervet zagen de onderzoekers geen verschil.

De hersenen werkten op het moment van meten nog normaal. Wat de scan liet zien is een voorstadium, schade aan de bedrading die nog niet tot merkbare uitval heeft geleid. Juist in die fase valt er nog iets te winnen.

Drie routes van bord naar brein

Hoe kan wat iemand eet terechtkomen in de witte stof van de hersenen? Er zijn drie routes die elkaar versterken.

De eerste loopt via het buikvet. Visceraal vet is geen passieve opslag. Het is een actief weefsel dat ontstekingsstoffen afgeeft, zoals interleukine 6 en TNF-alfa, en dat vrije vetzuren rechtstreeks naar de lever stuurt. Die stoffen tasten de binnenwand van de bloedvaten aan, het endotheel. De kleinste vaten zijn het kwetsbaarst, en de witte stof van de hersenen hangt af van precies die kleine vaatjes. Het zijn de eindstations van de bloedvoorziening, zonder omleiding. Raken ze vernauwd, dan ontstaan er plekjes met te weinig zuurstof. Op de MRI zie je die terug als witte-stofafwijkingen of als een klein infarct. In de Canadese studie liepen meer ultrabewerkt eten, meer visceraal vet en meer vaatschade precies in die volgorde op.

De tweede route loopt via de darm. Ultrabewerkt voedsel bevat weinig intacte vezels en veel emulgatoren, zoetstoffen en snel opneembare suikers en zetmeel. Dat voedt een ander soort darmflora en kan de slijmlaag en de darmwand minder dicht maken. Bacteriële bestanddelen komen dan makkelijker in de bloedbaan en houden een laaggradige ontsteking gaande. Die ontsteking bereikt ook het brein, waar ze de aanmaak van serotonine en de gevoeligheid voor stress kan beïnvloeden. Dit is de hypothese achter het onderzoek naar ultrabewerkt eten en depressie.

“junky processing may harm your gut in ways that ripple up to your brain.” (Nyasha Chagwedera, assistant professor psychiatrie, UCSF)

De derde route loopt via het beloningssysteem. Ultrabewerkt voedsel is ontworpen om lekker te zijn, met een precieze balans van suiker, zout en vet die in de natuur zelden samen voorkomt. Dat geeft een sterke dopaminerespons en maakt dat iemand doorgaat met eten voorbij verzadiging. Wie veel van dit soort prikkels krijgt, kan minder plezier halen uit gewoon eten en uit andere bronnen van beloning. Voor iemand met een sombere stemming is dat geen detail.

Een beeld dat helpt in het gesprek met cliënten: zie het lichaam als een stad met grote wegen en kleine steegjes. De grote wegen, de slagaders, merken pas laat iets van slechte voeding. De steegjes in de hersenen raken als eerste verstopt. Daar begint de schade, lang voordat iemand iets merkt.

Stemming: de eerste trial

Het tweede stuk van de puzzel komt van de University of California in San Francisco. Nyasha Chagwedera, assistant professor psychiatrie, en hoogleraar psychiatrie Andrew Krystal publiceerden in september in JAMA Psychiatry de eerste crossoverstudie waarin mensen met een depressie ultrabewerkt voedsel bewust weglieten. Het ging om 20 deelnemers, gemiddeld 44 jaar oud, 70 procent vrouw. Allemaal hadden ze een hoge BMI en minstens een metabole aandoening zoals hoge bloeddruk, diabetes of verhoogd LDL-cholesterol. Veertien van hen hadden ook angstklachten.

De opzet was eenvoudig. Vier weken at iedereen zoals altijd, vier weken met zo min mogelijk ultrabewerkt voedsel, in willekeurige volgorde. De deelnemers deden zelf boodschappen, met begeleiding van de onderzoekers. Het aandeel ultrabewerkt voedsel daalde met meer dan 85 procent. Volgens de UCSF verbeterden de depressiescores op drie verschillende meetinstrumenten, met effecten van matig tot groot. De angstklachten namen bescheiden af.

“Reducing the amount of ultra-processed food in our diet can be challenging.” (Nyasha Chagwedera, UCSF)

Het doel van deze pilot was vooral nagaan of zo’n studie uitvoerbaar is. Dat bleek het geval. Een grotere trial staat gepland voor 2028.

Waarom darmkanker de uitzondering is

Hoe past daar het nieuws bij dat ultrabewerkt eten niet samenhangt met darmkanker? In PLoS Medicine verscheen een analyse van de NIH-AARP Diet and Health Study, met 461.682 Amerikanen van 50 tot 71 jaar die in 1995 en 1996 een voedingsvragenlijst invulden en tot 2018 werden gevolgd. In die periode kregen 10.075 van hen darmkanker. Ultrabewerkt voedsel leverde gemiddeld 43 procent van hun energie. Tussen de groep die het meest en de groep die het minst ultrabewerkt at, zat geen verschil in risico (HR 0,97).

De verklaring zit in de categorie zelf. Het NOVA-systeem, waarmee voedsel als ultrabewerkt wordt ingedeeld, kijkt naar de mate van bewerking en niet naar de voedingsstoffen. Een fabrieksbrood met volkoren meel, een gearomatiseerde yoghurt en een worstje vallen in dezelfde groep. Toen de onderzoekers die groep openbraken, zagen ze tegengestelde effecten. Volkoren, vezels, zuivel en calcium uit ultrabewerkte bronnen gingen samen met minder darmkanker. Vlees uit ultrabewerkte bronnen ging samen met meer. Samen heffen ze elkaar op.

Het consistente signaal zit in bewerkt vlees, en dat werd deze maand nog eens bevestigd voor andere organen. In een gepoolde analyse van 30 cohorten met 2.575.971 deelnemers hing 40 gram of meer bewerkt vlees per dag samen met 8 procent meer blaaskanker, gecorrigeerd voor roken. In 20 cohorten met bijna 2 miljoen deelnemers was er een zwakker verband met maagkanker (HR 1,15 bij 45 gram of meer per dag), dat alleen gold voor rokers en alleen in Europa en Australië. Onbewerkt rood vlees, gevogelte en vis hingen niet samen met maagkanker. De gangbare verklaring is dat nitriet in vleeswaren in de maag en darm omgezet kan worden in nitrosaminen, en dat heemijzer die vorming versterkt. Roken voegt een eigen bron van nitrosaminen toe, wat het verschil tussen rokers en niet-rokers zou kunnen verklaren.

Voor de praktijk betekent dit dat de categorie ultrabewerkt geen eenduidige vijand is. Voor kanker telt vooral wat erin zit. Voor het brein lijkt het patroon als geheel mee te tellen, via buikvet, ontsteking en beloning.

Wat dit verandert voor de coach

Voor leefstijlcoaches verschuift hiermee het gesprek. Ultrabewerkt voedsel was lange tijd vooral een gewichtsonderwerp. Het brein en de stemming openen een andere deur. Helder denken, beter slapen, minder somber zijn en op latere leeftijd scherp blijven zijn doelen die mensen zelf aandragen, ook als gewicht voor hen geen thema is.

Wie een cliënt begeleidt met sombere klachten, kan voeding inbrengen als een van de bouwstenen, naast bewegen, slaap en sociale contacten. Dat is geen vervanging van een behandeling, wel een aanvulling die tot nu toe weinig aandacht kreeg.

En het vraagt een andere boodschap dan een lijst met verboden producten. Omdat de categorie zo breed is, werkt een verbod op alles wat uit een fabriek komt niet. Het helpt meer om de richting te geven en de grootste winst te zoeken. Zoals nog steeds suikerrijke frisdrank schrappen.

In de praktijk

Een paar richtingen die uit deze studies volgen, zonder dat het een dieet wordt.

Koken met hele producten als basis. Hoe meer van de maaltijd zelf wordt samengesteld uit groente, peulvruchten, volkoren granen, vis, eieren en noten, hoe minder ruimte er overblijft voor de producten die het beloningssysteem overprikkelen. Dat hoeft geen perfectie te zijn. In de UCSF-studie lukte het deelnemers met begeleiding bij het boodschappen doen.

Bewerkt vlees als eerste stap. Hier is het signaal het meest consistent, over meerdere organen heen.

Volkorenbrood uit de supermarkt is formeel misschien ultrabewerkt, maar dragen vezels aan die in deze studies juist beschermend uitpakten. Het gesprek gaat over het patroon, niet over het etiket.

Stemming als motivatie. Vraag cliënten na een paar weken minder ultrabewerkt eten niet alleen naar de weegschaal, maar ook naar energie, concentratie en stemming. Dat maakt het effect voelbaar op een termijn waarop het gewicht nog nauwelijks beweegt.

Let op het buikvet. Visceraal vet is de schakel tussen bord en vaatschade. Bewegen, slaap en minder stress verminderen het ook, en versterken daarmee wat er op het bord gebeurt.

Wat nog niet vaststaat

De Canadese studie is een momentopname. Ze laat zien dat veel ultrabewerkt eten en vaatschade samen voorkomen, niet dat het een het ander veroorzaakt, en de onderzoekers melden zelf dat het verband afhing van hoe ultrabewerkt voedsel werd gedefinieerd. De UCSF-studie had 20 deelnemers, was niet geblindeerd en was bedoeld om de haalbaarheid te toetsen. De verbetering in stemming is daarom een aanwijzing en geen bewijs. De studies naar vlees en kanker zijn observationeel, met voedingsvragenlijsten die eenmalig zijn afgenomen, en de effecten zijn klein. Er is groter en langer onderzoek nodig, met herhaalde metingen en trials die ook naar het brein kijken. Wat er wel ligt, is een samenhangend beeld: het brein reageert op wat we eten, en de kleinste bloedvaten lijken als eerste te merken wat een voedingspatroon met het lichaam doet.

Bronnen
Ultraprocessed Food Intake and Adiposity, Vascular Brain Injury, and Cognition in Middle-Aged Adults. JAMA Netw Open 2026. PMID 42879154. DOI 10.1001/jamanetworkopen.2026.39118
Chagwedera DN, Krystal A et al. Reducing Ultraprocessed Foods From the Diets of Patients With Depression: A Pilot Crossover Trial. JAMA Psychiatry, 23 september 2026. DOI 10.1001/jamapsychiatry.2026.2320. UCSF News, september 2026.
Associations of food processing and dietary risk factors with colorectal cancer incidence in the NIH-AARP Diet and Health Study. PLoS Med, 15 oktober 2026. PMID 42879326. DOI 10.1371/journal.pmed.1005251
Processed meat, unprocessed red meat, poultry, seafood, and egg intake and stomach cancer risk: a pooled analysis of 20 cohorts. Int J Epidemiol, 14 oktober 2026. PMID 42888021. DOI 10.1093/ije/dyag224
Consumption of Processed Meat and Unprocessed Red Meat and Risk of Bladder Cancer: A Pooled Analysis of 30 Cohort Studies. Cancers, oktober 2026. PMID 42882897. DOI 10.3390/cancers18193203

Meer leefstijlkennis

Nieuwsbrief

Het laatste nieuws en updates ontvangen?

Meld je direct aan

Aanmelden

Meld je aan voor een gratis online introductieles of voor een demo van de E-learning.

Meld je direct aan