• Meest ervaren leefstijlopleider van NL
  • Wetenschap is de basis
  • Accreditatie en certificering

Risico’s van afslankmedicatie

Een leefstijlcoach geeft maar beperkt adviezen. Maar wanneer je mensen begeleidt die afslankmedicatie gebruiken, zijn er toch zaken waar je wat gerichter op kunt letten waardoor een aansluitend advies op zijn plaats kan zijn. Het gaat om medicatie zoals GLP 1 receptoragonisten en duale GLP 1 en GIP agonisten, bijvoorbeeld semaglutide en tirzepatide. De kernboodschap is dat deze middelen een grote stap vooruit zijn in de behandeling van obesitas, maar dat hun succes niet alleen bepaald wordt door gewichtsverlies. Juist doordat ze de eetlust sterk verminderen, de maaglediging vertragen en eetgedrag beïnvloeden, kunnen er nieuwe risico’s ontstaan op het gebied van voeding, spierfunctie, psychisch welzijn en therapietrouw.

Obesitas een een chronische aandoening

De auteurs van het artikel ‘Nutritional, Functional and Psychological Considerations for Obesity Management Medications in Adults – An EASO, EFAD and ECPO Consensus Statement‘,  plaatsen obesitas nadrukkelijk als een chronische, recidiverende aandoening. Incretine gebaseerde therapieën kunnen aanzienlijke gewichtsreductie geven en verbeteren vaak de glucoseregulatie, bloeddruk, cardiovasculaire risico’s, slaapapneu, leververvetting en kwaliteit van leven. In studies ligt het gemiddelde maximale gewichtsverlies bij semaglutide rond 15 procent en bij tirzepatide rond 21 procent. Tegelijk benadrukken de auteurs dat gemiddelden misleidend kunnen zijn. De individuele respons varieert sterk en na stoppen is gewichtstoename vaak opnieuw zichtbaar. Medicatie moet daarom niet worden gezien als korte kuur, maar als onderdeel van langdurige obesitaszorg.

Te weinig eiwit, vezels en micronutriënten

Een belangrijk deel van het artikel gaat over voeding. Door minder honger, sneller verzadigd raken en misselijkheid kan de totale voedselinname sterk dalen. Dat lijkt gunstig, maar kan ook leiden tot te lage energie innames, onvoldoende eiwit, te weinig vezels en micronutriëntentekorten. De auteurs adviseren geen standaard uitgebreid laboratoriumonderzoek voor iedereen, maar wel een risicogestuurde aanpak. Vooral ouderen, mensen met kwetsbaarheid, eerdere bariatrische chirurgie, chronische ziekte, voedselonzekerheid, restrictieve eetpatronen, snelle gewichtsafname of langdurige maag darmklachten hebben extra aandacht nodig.

Aandacht voor eiwit

Voor eiwit noemen de auteurs als pragmatische richtlijn tijdens actief gewichtsverlies ongeveer 1,0 tot 1,5 gram eiwit per kilo aangepast lichaamsgewicht per dag, met een minimum van 60 gram per dag. Dit is geen harde universele norm, maar een praktische ondergrens om verlies van vetvrije massa te beperken. Bij nierziekte of andere aandoeningen moet dit worden aangepast. Eiwit moet bij voorkeur verdeeld worden over de dag, met 25 tot 30 gram per hoofdmaaltijd. De nadruk ligt op kwalitatief goede bronnen zoals vis, gevogelte, eieren, yoghurt, kwark, peulvruchten, soja en eventueel eiwitsuppletie wanneer normale voeding tekortschiet.

Vezels en vocht

Ook vezels en vocht krijgen veel aandacht. De richtlijn is minimaal 25 gram vezels per dag, liefst uit groenten, fruit, peulvruchten, volkoren producten, noten en zaden. Dat is in de praktijk lastig wanneer iemand nog maar weinig eet. Obstipatie is een veelvoorkomende klacht bij deze middelen, mede door tragere maag darmmotiliteit en lagere voedselinname. De auteurs adviseren vezels langzaam op te bouwen, voldoende te drinken en zo nodig psyllium te overwegen. Voor vocht noemen ze meestal 2,0 tot 2,5 liter per dag, met individuele aanpassing bij hartfalen, nierziekte, warm weer of veel inspanning.

Misselijkheid als bijwerking

De meest voorkomende bijwerkingen zijn misselijkheid, reflux, braken, obstipatie en diarree. Ze zijn vaak dosisafhankelijk en treden vooral op bij dosisverhoging. Het artikel pleit voor langzame en flexibele titratie. Bij forse klachten kan het beter zijn om langer op dezelfde dosis te blijven, terug te gaan naar de vorige dosis, tijdelijk te pauzeren of in ernstige gevallen te stoppen. Dit is belangrijk, omdat aanhoudend braken kan leiden tot dehydratie, elektrolytstoornissen, ondervoeding en in uitzonderlijke gevallen thiaminetekort. Haarverlies wordt niet automatisch aan de medicatie toegeschreven, maar moet gezien worden als signaal om te kijken naar snelheid van gewichtsverlies, eiwit, ijzer, zink en andere voedingstekorten.

Gewichtverlies betekent niet automatisch gezondheidswinst

Een tweede belangrijk thema is behoud van spiermassa en functioneren. De auteurs waarschuwen dat gewichtsverlies niet automatisch gezondheidswinst betekent wanneer er veel vetvrije massa verloren gaat of wanneer iemand zwakker wordt. Daarom adviseren zij om niet alleen gewicht en BMI te volgen, maar ook tailleomtrek, functioneren en zo mogelijk lichaamssamenstelling. Praktische metingen zijn bijvoorbeeld handknijpkracht, de sit to stand test en een eenvoudige vraag naar krachtverlies of moeite met dagelijkse activiteiten. DXA of bio impedantie kan zinvol zijn bij mensen met verhoogd risico, maar hoeft niet routinematig bij iedereen.

Krachttraining tegen sarcopenie

Krachttraining krijgt een centrale plaats. Niet als luxe toevoeging, maar als noodzakelijke bescherming tegen spierverlies, kwetsbaarheid en sarcopene obesitas. De auteurs adviseren een geleidelijke opbouw vanuit het startniveau van de patiënt. Voor veel mensen is het eerste doel simpelweg meer bewegen en minder zitten. De bekende beweegrichtlijnen van 150 tot 300 minuten matig intensieve activiteit per week plus spierversterkende oefeningen op minstens twee dagen per week worden gezien als einddoel, niet als onmiddellijke eis. Bij pijn, blessures, snelle achteruitgang of vermoeden van sarcopenie is verwijzing naar een fysiotherapeut of beweegspecialist zinvol.

Food noise en coping

Het psychologische deel is minstens zo relevant. Incretine gebaseerde therapieën veranderen niet alleen honger, maar ook voedselbeloning, cravings en wat vaak food noise wordt genoemd. Voor veel mensen is dat bevrijdend. Tegelijk kan eten jarenlang een manier zijn geweest om stress, verdriet, verveling of sociale verbinding te reguleren. Als die coping plots wegvalt, kunnen andere problemen zichtbaar worden. De auteurs adviseren daarom alertheid op eetstoornissen, restrictief eten, purgeergedrag, alcoholgebruik, middelengebruik, identiteitsvragen en psychische kwetsbaarheid. Psychologische ondersteuning is niet voor iedereen nodig, maar wel voor mensen bij wie de relatie met eten of het veranderende lichaam ingewikkeld wordt.

Relevantie voor de praktijk

Voor leefstijlprofessionals, artsen, diëtisten en leefstijlcoaches is dit artikel vooral belangrijk omdat het de discussie verschuift van ‘werkt het middel’ naar ‘hoe begeleiden we iemand veilig door deze metabole verandering heen’. De medicatie doet veel, maar niet alles. Zonder goede begeleiding kan gewichtsverlies gepaard gaan met te weinig voeding, verlies van spierkracht, angst voor eten, sociale ontregeling of voortijdig stoppen door bijwerkingen.

De basisinformatie voor de pilslikker

De belangrijkste praktijkboodschap is dat begeleiding proportioneel moet zijn. Niet iedere gebruiker van semaglutide of tirzepatide heeft een uitgebreid medisch team nodig. Maar iedereen heeft wel basisinformatie nodig over eiwit, vocht, vezels, bijwerkingen, alarmsymptomen, krachttraining en realistische verwachtingen. Wie kwetsbaar is, snel afvalt, slecht eet, veel klachten heeft of functioneel achteruitgaat, moet sneller opgeschaald worden.

Voor de leefstijlpraktijk betekent dit concreet dat coaching rond GLP 1 medicatie niet moet vervallen in algemene adviezen als ‘eet gezond en beweeg meer’. De begeleiding mag preciezer worden:

  • Vraag wat iemand op een dag nog daadwerkelijk binnenkrijgt.
  • Check of eiwit over de dag verdeeld is.
  • Let op obstipatie, misselijkheid, braken en vermoeidheid.
  • Vraag naar krachtverlies en dagelijkse functies.
  • Bespreek krachttraining als onderdeel van de behandeling, niet als optionele sporttip.
  • En bespreek wat er psychologisch gebeurt wanneer eten ineens minder belonend, minder troostend of minder aanwezig is.

Het artikel is daarmee een stevig argument voor multidisciplinaire obesitaszorg. Medicatie kan de biologische tegenwind verminderen, maar duurzame gezondheidswinst vraagt om voeding, spierbehoud, gedragsverandering, psychologische veiligheid en sociale context. En dat is waar leefstijlprofessionals hun meerwaarde kunnen laten zien.

Yneke

PS: ik kreeg het artikel doorgestuurd van Ellen Govers, dietist en mede-auteur van het artikel

De infographics als pdf: obesity-incretin-based-therapy_v6

Meer Health

Nieuwsbrief

Het laatste nieuws en updates ontvangen?

Meld je direct aan

Aanmelden

Meld je aan voor een gratis online introductieles of voor een demo van de E-learning.

Meld je direct aan